Soms maak je een reis die je nog even bijblijft. Niet alleen vanwege de prachtige plekken die je hebt gezien, maar vooral door de mensen die je hebt ontmoet en de ervaringen die je hebt opgedaan.

Op 1 september vertrok ik met reisorganisatie Beyond Borders naar Tanzania. Acht dagen werkte ik mee aan projecten van SANA wat staat voor Saving Africa’s Nature, een lokale organisatie die samen met de bevolking werkt aan natuurbehoud én het verbeteren van de leefomstandigheden. SANA is onder andere actief in Gongo Village, een gemeenschap in de regio Pwani, vlak bij Saadani National Park.

Daar hielpen we onder andere bij het opknappen van een school, bouwden we mee aan een lemen huis, kookten we samen met lokale vrouwen en bezochten we verschillende gezinnen. Het gaf me geen compleet beeld van het leven in Tanzania, daarvoor waren acht dagen natuurlijk veel te kort, maar wel een bijzondere inkijk in het dagelijks leven van de mensen die we ontmoetten.

 

Inmiddels ben ik weer thuis. De koffers zijn uitgepakt, de was is gedaan en de agenda stroomt alweer vol. Maar mijn gedachten gaan de afgelopen weken even terug naar Tanzania, door de vele foto’s die nog worden toegevoegd aan de WhattsApp groep die bestaat uit 18 deelnemers.

Foto’s van de ontmoetingen, de kinderen, de vrouwen, de gesprekken en de bijzondere momenten. Maar ook naar de verschillen, de verwachtingen en de vragen die deze reis bij mij opriep. Want hoe meer ik zag, hoe meer ik besefte dat we de wereld vaak bekijken vanuit onze eigen overtuigingen. En dat bracht mij op vijf vragen:

Wat betekent rijkdom eigenlijk?

Acht dagen werkte ik samen met een groep vrijwilligers aan het project SANA. We hielpen onder andere bij het opknappen van een school, het bouwen van een lemen huis en verschillende activiteiten binnen de lokale gemeenschap. We bezochten gezinnen en kookten samen met lokale vrouwen. Het waren volle dagen. Soms vertrokken we vroeg en kwamen we pas laat terug. We werden behoorlijk beziggehouden, waardoor er weinig tijd overbleef om alle indrukken rustig te verwerken.

Maar juist tijdens die activiteiten kreeg ik een inkijkje in het dagelijks leven. Ik zag hoe mensen werkten, samenleefden en voor elkaar zorgden. Hoe kinderen opgroeiden in omstandigheden die anders zijn dan die van ons.

En natuurlijk zag ik ook armoede. Dat bracht me bij een vraag die ik mezelf vaker stel. Wat betekent rijkdom eigenlijk? Wij hebben in Nederland zoveel mogelijkheden. We kunnen studeren, reizen, werken, een onderneming beginnen en ons op allerlei manieren ontwikkelen. Tegelijkertijd zijn we vaak bezig met wat we nog niet hebben.

Een groter huis, een betere baan, een nieuwe opleiding en meer financiële zekerheid. Tijdens mijn reis werd ik me opnieuw bewust van hoeveel mogelijkheden wij hebben. Maar ik besefte ook dat ik niet zomaar kan bepalen wat geluk voor iemand anders betekent. Want wie ben ik om vanuit mijn Nederlandse leven te beoordelen of iemand anders gelukkig is?

Armoede is niet romantisch, geld biedt mogelijkheden, veiligheid en vrijheid. Dat zag ik daar ook. Maar rijkdom gaat voor mij verder dan alleen geld en bezit. Het gaat ook over de mensen om je heen, de mogelijkheden die je krijgt en de vrijheid om keuzes te kunnen maken. Misschien moeten we niet zozeer kijken naar hoeveel iemand bezit, maar ons vaker afvragen wat iemand werkelijk nodig heeft.

Helpen we vanuit de behoefte van de ander of vanuit onze eigen overtuigingen?

Een van de activiteiten die mij is bijgebleven, was een middag waarop we in kleine groepjes verschillende gezinnen bezochten. Iedere groep kwam bij een ander gezin terecht. Daardoor kwamen we allemaal met een ander verhaal terug. Wij ontmoetten een alleenstaande moeder met vier kinderen. Ze vertelde over haar dagelijks leven en de uitdagingen waarmee ze te maken had.

Natuurlijk raakt zo’n verhaal je want vanuit onze Nederlandse achtergrond zijn we al snel geneigd om te denken in oplossingen. Misschien kunnen we geld geven, spullen kopen of iets regelen? Maar tijdens deze reis werd ook duidelijk hoe belangrijk het is om verder te kijken. Deze moeder vertelde in eerste instantie dat ze geen hulp kreeg. Later bleek dat haar zus en buren haar wel degelijk ondersteunden. Niet noodzakelijk op de manier waarop wij in Nederland hulp organiseren, maar vanuit de gemeenschap om haar heen.

En dat vond ik interessant. Want hoe snel trekken we eigenlijk onze conclusies? Daarnaast werd ik me bewust van de waarde van geld. Een bedrag dat voor ons misschien klein lijkt, kan voor iemand daar een aanzienlijk verschil maken.

Dat brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Tijdens ons project kregen we daarom de duidelijke richtlijn om niet zomaar geld uit te delen. De ondersteuning verliep via de organisatie, zodat hulp op een meer gestructureerde manier bij de gemeenschap terechtkwam. Zo hadden wij voedsel gekocht en werden er schoolartikelen voor de kinderen meegegeven. Ik vond dat een waardevolle les.

Want helpen begint niet altijd met geven. Soms begint het met begrijpen. En misschien geldt dat niet alleen voor ontwikkelingsprojecten, maar ook voor ons dagelijks leven. Hoe vaak denken we niet te weten wat goed is voor een ander?

In ons werk, binnen ons gezin en in onze relaties. We hebben vaak al een oplossing bedacht voordat we werkelijk hebben geluisterd. Vanuit mijn werk als verbeeldingstherapeut herken ik dat maar al te goed. We kunnen iemand niet vertellen wat hij of zij nodig heeft zonder eerst ruimte te maken voor het eigen verhaal. Echte verbinding begint voor mij niet bij het invullen, maar bij het luisteren.

Waarom willen we onszelf toch steeds bewijzen?

Deze vraag hield me eigenlijk al bezig voordat ik naar Tanzania vertrok. We leven in een maatschappij waarin we voortdurend laten zien wat we doen. Welke opleiding we hebben gevolgd, welke functie we bekleden, welke prestaties we hebben geleverd. En ik doe daar zelf net zo goed aan mee. Nog een cursus volgen, nog een certificaat behalen of weer iets nieuws ontwikkelen.

Maar waarom willen we eigenlijk zo graag laten zien wat we allemaal kunnen? Tijdens mijn reis ontmoette ik een jonge Masai man die droomde van een eigen onderneming. Hij vertelde over zijn ambities en over wat hij graag wilde bereiken. Dat vond ik mooi. Want uiteindelijk verschillen onze dromen misschien helemaal niet zoveel van elkaar. We willen allemaal mogelijkheden krijgen en iets opbouwen. Zelf keuzes kunnen maken en het gevoel hebben dat we ergens naartoe werken.

Alleen zijn de omstandigheden waarin we dat proberen te bereiken totaal verschillend. Waar ik de mogelijkheid heb om allerlei opleidingen te volgen, is dat voor iemand anders misschien helemaal niet vanzelfsprekend. En tegelijkertijd vroeg ik mezelf af waarom we in Nederland zo ontzettend veel waarde hechten aan alles wat we op papier kunnen laten zien.

Een diploma, een functietitel of een certificaat vertelt immers niet het hele verhaal van wie iemand is. Ik ontmoette tijdens mijn reis mensen van wie ik ontzettend veel kon leren, zonder dat ik wist welke opleiding ze hadden gevolgd.  Misschien hoeven we niet voortdurend aan anderen te bewijzen wat we waard zijn. Misschien mogen we wat vaker vertrouwen op wat we al in huis hebben.

Hoe vrij zijn we eigenlijk om onze eigen koers te varen?

Na acht intensieve dagen vertrokken we naar Zanzibar. Een prachtig eiland met een indrukwekkende zee, witte stranden en een compleet andere sfeer. Natuurlijk heb ik daarvan genoten, strand een mooi restaurant, een leuke B&B en….een douche en een toilet wat een luxe haha.

Maar vier dagen zijn kort. Er was ontzettend veel te bekijken en te ondernemen, terwijl de excursies behoorlijk prijzig waren. En zelfs wanneer je gewoon even op het strand wilde liggen, was dat niet altijd mogelijk zonder aangesproken te worden door verkopers. Dat begrijp ik vanuit hun situatie. Het toerisme is voor veel mensen een belangrijke inkomstenbron. Tegelijkertijd merkte ik hoe fijn het soms is om gewoon even helemaal niets te hoeven. Een van de mooiste momenten beleefde ik op een catamaran.

De zee, de wind en de ruimte om me heen. Daar voelde ik opnieuw hoeveel ik van vrijheid houd. Van water, van varen. Van het gevoel dat de wereld even helemaal openligt. En dat bracht me bij mijn volgende vraag: Hoe vaak varen we eigenlijk onze eigen koers?

We worden dagelijks beïnvloed door verwachtingen. Van onze omgeving, ons werk, onze familie en misschien nog wel het meest door onszelf. We willen het goed doen, erbij horen, en gehoord en gezien worden. Ook tijdens mijn reis ervaarde ik hoe belangrijk dat laatste voor mij is. Er waren momenten waarop ik me niet helemaal gezien voelde. Dat raakte me meer dan ik vooraf had verwacht. En misschien is dat wel precies wat zo’n ervaring interessant maakt.

Want ook als je met een groep op reis bent, blijf je verantwoordelijk voor je eigen keuzes. Je kunt meegaan met alles wat er gebeurt, maar je mag ook voelen wat jij nodig hebt. Dat is iets wat ik steeds belangrijker ben gaan vinden. Niet alles hoeft voor iedereen hetzelfde te zijn. En je hoeft ook niet altijd dezelfde richting op te gaan als de mensen om je heen. Soms betekent je eigen koers varen simpelweg dat je jezelf niet vergeet terwijl je met anderen onderweg bent.

Wat blijft er over wanneer je weer thuiskomt?

Op 14 september was het precies drie jaar geleden dat mijn moeder overleed. Een bijzondere datum, zeker wanneer je zo ver van huis bent. Het was geen dag waarop ik uitgebreid stilstond bij haar overlijden. Daarvoor was er tijdens deze reis simpelweg te veel gaande. Maar natuurlijk was ze in mijn gedachten. Door mijn eigen levenservaringen weet ik hoe snel het leven kan veranderen.

Misschien is dat ook wel waarom ik zoveel mogelijk uit het leven wil halen. Ik hou van nieuwe ervaringen. Van ontdekken, bewegen, ontmoeten en genieten. En juist daarom wilde ik deze reis maken. Niet om mezelf opnieuw uit te vinden, maar omdat ik nieuwsgierig ben naar het leven buiten mijn eigen vertrouwde wereld.

Wat mij ook bijzonder is bijgebleven, was het contact met mijn kamergenoot Frieda. Aan het einde van onze reis vertelde ze hoeveel de kleine dingen voor haar hadden betekend. Kleine gebaren waar ik zelf misschien nauwelijks bij had stilgestaan. En dat vond ik ontzettend waardevol. Want terwijl we vaak denken dat we grote dingen moeten ondernemen om iets voor een ander te betekenen, zit het soms juist in iets heel kleins. Even aandacht hebben, een ander helpen. Een gesprek voeren of gewoon aanwezig zijn.

Misschien zijn dat uiteindelijk wel de dingen die we het langst onthouden. Niet hoeveel we gedaan hebben, maar welke betekenis een ontmoeting voor ons heeft gehad.

En er is één uitdrukking die ik regelmatig hoorde tijdens mijn reis Pole pole – rustig aan. Ik moest er soms een beetje om lachen. Want onze reis was allesbehalve rustig. Het programma zat behoorlijk vol. We waren voortdurend bezig en soms had ik nauwelijks tijd om even rustig te douchen voordat het volgende onderdeel alweer begon. En toen we eenmaal op Zanzibar waren, wilde je natuurlijk ook zoveel mogelijk zien. Waar bleef dat pole pole eigenlijk?

Toch vind ik het een prachtige uitdrukking. Niet omdat ik heb ervaren dat iedereen in Tanzania voortdurend rustig aan doet. Integendeel, ik zag mensen werken. Maar omdat die twee woorden me wel aan het denken zetten. We willen tegenwoordig zoveel, ook ik. Mijn hoofd zit regelmatig vol nieuwe ideeën. Een workshop ontwikkelen, een retraite organiseren, mensen begeleiden of weer iets nieuws ontdekken. En voor ik het weet, is mijn agenda alweer gevuld.

Maar wanneer nemen we eigenlijk de tijd om te genieten van wat we allemaal doen? Misschien is dat voor mij wel de betekenis van pole pole. Niet minder leven, maar bewuster genieten van het leven dat je leidt.

Thuiskomen met een andere blik

Ik ben niet als een compleet ander mens teruggekomen uit Tanzania. Ik heb ook geen twee weken in stilte doorgebracht waarin ik mezelf opnieuw heb ontdekt. Ik heb gewerkt, gelachen, een traantje gelaten, vooral genoten en soms mijn vraagtekens gezet bij wat ik zag. Ik heb nieuwe mensen ontmoet, andere verhalen gehoord en een klein inkijkje gekregen in een wereld die op veel vlakken gelijk is aan de onze, Het grootste verschil dat ík voelde, zat daarom niet eens in wat mensen hebben of doen.

Het zat vooral in het tempo. Wij lijken hier vaak van het ene naar het andere te rennen. Agenda vol, hoofd vol, snel nog even dit en daarna alweer door naar het volgende. Daar voelde het leven voor mij minder gehaast. Er leek vaker ruimte te zijn voor het moment zelf. Misschien zijn onze levens dus minder verschillend dan we soms denken. Ook daar staan mensen op om te werken, zorgen ze voor hun kinderen, hebben ze verantwoordelijkheden, dromen en plannen voor de toekomst. Het dagelijks leven gaat er gewoon door, net als bij ons.

Natuurlijk zijn de omstandigheden anders. De prijzen liggen hier veel hoger waar je hier zomaar een paar euro betaalt voor een flesje frisdrank, kost dat daar soms maar een fractie daarvan. Maar daar staan natuurlijk ook heel andere inkomens tegenover. We hebben allemaal onze zorgen, onze verlangens en onze dagelijkse bezigheden. Alleen de manier waarop we erdoorheen bewegen, kan heel anders voelen.

Ik besef ook dat twee weken veel te kort zijn om een cultuur werkelijk te begrijpen. Wat ik heb gezien, is slechts een klein stukje van een veel groter verhaal. We kunnen allemaal vanuit onze eigen ervaringen naar de wereld kijken. Maar ons eigen verhaal is niet automatisch de waarheid van een ander. Dat geldt voor de mensen die ik in Tanzania ontmoette, maar net zo goed voor de mensen die ik hier dagelijks tegenkom.

Iedereen draagt zijn eigen geschiedenis, verlangens, zorgen en dromen met zich mee. En juist wanneer we daar nieuwsgierig naar blijven, ontstaan er bijzondere ontmoetingen. Misschien hoeven we elkaar niet voortdurend te begrijpen of te veranderen, maar  misschien mogen we beginnen met oprechte belangstelling met luisteren, zonder direct een oordeel te hebben, ruimte maken voor een ander verhaal.

Dat is wat ik meeneem uit Tanzania. En dat sluit eigenlijk prachtig aan bij wat ik in mijn werk iedere dag opnieuw ervaar. Mensen hebben niet altijd behoefte aan iemand die vertelt hoe het anders moet. Soms willen ze gewoon gezien en gehoord worden. En de ruimte krijgen om zelf te ontdekken wat voor hen belangrijk is. Want uiteindelijk gaat het niet om hoe jij naar het leven van een ander kijkt, maar of je bereid bent om ook eens door de ogen van die ander te kijken.

Asante sana, Tanzania, bedankt voor de ontmoetingen, de ervaringen en vooral voor de vragen die ik mee naar huis mocht nemen. En nu? Gewoon weer verder met mijn eigen leven, maar af en toe misschien een beetje meer…

Pole pole, liefs Hilda